Poppy’s Day 2021

Poppy’s Day Toespraak
Comité 4 en 5 mei Heerlen stond vandaag in het gezelschap van twee veteranen en een aantal belangstellenden op de begraafplaats van de Akerstraat stil bij de gevallenen van vooral de Eerste Wereldoorlog.
Maar omdat de Britten op deze dag van de Wapenstilstand in 1918 alle gevallenen herdenken in alle oorlogen, deden wij dit bij het graf van de onbekende soldaat, ter nagedachtenis van twee niet-geïdentificeerde gevallenen van een RAF-bommenwerper, die in 1945 neerstortte op een huis onder aan de Schelsberg.
Een leerlinge van een van onze middelbare scholen, Noor Jacobs droeg heel mooi het gedicht van de Canadese soldaat John McGrae voor en Steph Quaedvlieg speelde prachtig doedelzak. Voorzitter Dick Gebuys  sprak een toespraak uit. Hier volgt de integrale tekst.

Toespraak bij herdenking Wapenstilstand Eerste Wereldoorlog
11 november 1918
Vera Brittain  schreef gebaseerd op haar eigen leven ‘Testament of Youth’. Over een jonge vrouw in de Eerste Wereldoorlog, die als sterke, talentvolle vrouw student in Oxford is geworden, maar desondanks verpleegster aan het front wordt. En die in die oorlog ieder die haar lief is verliest: haar geliefde, haar broer, een goede vriend van haar broer. Ergens in dit verhaal zegt Vera: “Schrijven hoort bij een andere periode,” namelijk vóór deze vreselijke oorlog.
“Want ieder van ons wordt omringd door geesten, nu zullen we moeten leren hoe we daarmee voort kunnen leven…” En aan het slot: “Ze willen dat ik jullie vergeet, maar dat kan ik niet, dat wil ik niet, dat zal ik niet. Dat beloof ik je, dat beloof ik jullie, jullie allemaal.”
Dus al is het moeilijk te schrijven, ze schreef erover, tot hun nagedachtenis. In dit mooie boek. En ze leert ons wat wij nu ook vanochtend op de dag van de Wapenstilstand in 1918 hier komen doen. Hen niet vergeten.
Als blijk daarvan dragen velen vandaag de klaproos op hun revers.
De klaproos is een teer symbool voor een harde geschiedenis, de geschiedenis van de Eerste Wereldoorlog, bij onze Zuiderburen ‘de Grote Oorlog’. Om al die doden die daar toen in vele families vielen.
Hoe komt men op dit idee van die klaproos? De plant zou groeien op de plaats waar iemand is vermoord: de bloem zou zó mooi rood kleuren van het bloed van de gevallen soldaat. Dit is een mooi idee van een soort van voortgaand leven, maar het is een mythe. Desalniettemin, heeft de groei van deze bloem op de slagvelden wel met die slagvelden zelf te maken: namelijk met de verwoesting die daarop plaatsvond. Door de vele granaten worden de akkers namelijk omgewoeld en vervuild. Een klaproos is een pioniersplant, wat wil zeggen dat die als eerste op een pas omgewoelde of vervuilde, schrale grond zal groeien waar andere planten het moeilijker zullen hebben. Wanneer een veld wordt omgewroet, door een boer of een granaat, zullen de zaden die al jaren in de grond zitten naar bovenkomen met als resultaat één mooie grote klaprozengloed.
De bloem blijft dus een mooi symbool voor de kracht en schoonheid die kan groeien uit complete verwoesting.
En al was het moeilijk over deze oorlogsgruwelen te schrijven, Major John McCrae  schreef erover. In zijn beroemd geworden gedicht ‘In Flanders Fields’. Aan het front schreef hij, over die klaproos. In 1915 in Boezinge, Vlaanderen.
De omstandigheden aan het front waren vreselijk, ook los van de strijd. De loopgraven, de kou, het vocht, de vele nachten die daarin werden doorgebracht. Op 28 januari 1918 stierf McGrae, die zelf eigenlijk arts was, aan een dubbele longontsteking gepaard gaand met meningitis. Maar hij bleef in zekere zin voortleven, door zijn gedicht.